1. Het proces-verbaal bedoeld in artikel I 18, eerste lid, artikel O 7, tweede lid, O 20, tweede lid, dan wel artikel P 22, tweede lid, wordt achtereenvolgens door de voorzitter en alle fysiek aanwezige leden ondertekend.

  2. Een lid dat de openbare zitting in een digitale omgeving op afstand bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.